Lelie Schouwen

Eerst zullen we u wat vertellen over de geschiedenis van de lelieschouw. Tijdens de wederopbouw na de Tweede Wereld oorlog verscheen het idee van een eenheidsboot voor de zeeverkenners. De Friese schouw bleek het best te voldoen aan de gestelde criteria. In het begin van 1949 werden de eerste 10 schouwen gemaakt, deze waren toen nog van hout. In 1989, veertig jaar later, zijn er nog negen van in de vaart, alleen de schouw met zeilnummer 5 is gesloopt. Deze schouwen bevielen zo goed dat men besloot in plaats van houten schouwen, stalen boten te laten bouwen. Staal is betrekkelijk goedkoop en eveneens dankzij de lastechniek vrij gemakkelijk te verwerken. De eerste serie stalen schouwen (met de zeilnummers 11 t/m 20) werd bij de firma Mulder en Rijke voor f 850,- per stuk besteld. Spoedig gevolgd door nog eens tien stalen schouwen (zeilnummers 21 t/m 30). Deze eerste stalen schouwen waren voorzien van een houten mastkoker en mastdoft. Bij de later gebouwde schouwen is dit ook vervangen door staal. Bij de later gebouwde schouwen was ook geen vaarboom meer deze hadden een wrikgat en dolpotten. Er zijn in totaal 80 stalen lelieschouwen gebouwd.

De lelieschouwen van De Bevers zijn de oudste boten van de stichting. Jaren lang waren de schouwen (en zijn ze nog) karakteristiek voor De Bevers. De "Notos" (no. 27) is gekomen in 1950 en de "Boreas" (no. 12) in 1951. Bij de brand in 1978 zijn de toen nog originele tuigen verloren gegaan. Het is misschien wel leuk op te merken dat onze schouwen nog steeds een houten mastbank hebben en dat de verkenners van nu ook nog steeds de vaarboom gebruiken.

Technische gegevens Lelie Schouw
lengte: 6,50 m
breedte: 1,80 m
zeiloppervlak: 16 m²

Laatst bijgewerkt op: 13-10-2006 13:20:12 door Marc Jan Bonder 

 naar boven